Etna wijnen zijn hot, lava-hot!

Etna-wijn is hot. Onlangs nog investeerde Gaja, hét wijnicoon uit Piemonte, miljoenen in een 21 hectare grote wijngaard op de vulkaan aan de oostkant van het Italiaanse eiland Sicilië. Zelfs voor de grootste critici is het intussen duidelijk dat deze appellatie meer is dan een spielerei voor avonturiers.
Dat de vulkaan meer en meer geliefd is, heeft volgens kenners alles te maken met het Alpijnse klimaat én de mediterrane setting. De Etna is een wereld op zich met een eigen dynamiek. Wijn verbouwen op de hoogste actieve vulkaan van Europa heeft iets heroïsch én unieks. Het microklimaat is hier milder dan in de rest van Sicilië, want er valt hier dubbel zoveel neerslag. Op 700 meter, waar heel wat wijngaarden liggen, zijn de temperaturen altijd zo'n 4 à 5 graden koeler dan aan de kust, wat ertoe leidt dat Etna-wijnen buitenbeentjes zijn in het Italiaanse wijnlandschap. Hun elegante stijl - zonder té zware alcoholgradaties - doet eerder denken aan bourgognes. De wijnen van de noordkant, die wat meer tannines dragen, hebben zelfs meer weg van een barbaresco of oudere barolo.'


 

Wijngaarden op een actieve vulkaan


Etna is een van de oudste en belangrijkste wijngebieden van Sicilië; de wijngaarden liggen in een halve cirkel op de hellingen aan de noord-, oost- en zuidkant van de nog regelmatig vuur en as spuwende berg. In de 19e eeuw strekten de wijnstokken zich van die hellingen uit tot over de vlakte van Catania, helemaal tot aan de zee, en was het plaatsje Riposto een van de belangrijkste Europese wijnhavens. Menig vat Franse wijn kreeg in die tijd een oppepper met  liters wijn van de Etna. 

De combinatie van de hoge leeftijd van de wijngaarden met zeer eigen druivenrassen, het bijzondere vulkanische terroir en moderne techniek laten de Etna wijnen nu echter zien tot de grote wijnen van de wereld te behoren. Spannende gestructureerde wijnen, vol rokerige vulkanische tonen. Sappig, maar ook gestructureerd, gelaagd en vol diepte. Absolute aanrader voor elke liefhebber van spannende Italiaanse wijn.

Een andere bijzonderheid van de wijngaarden van de Etna is hun ouderdom: wees niet verbaasd percelen aan te treffen met bushvines (gobelet, alberello) die ouder zijn dan 100 jaar. Hier tref je  wijnstokken die groeien als een struik en die de phylloxera-epidemie van het eind van 19e eeuw hebben overleefd.



Sinds het eind van de jaren tachtig is het terroir van de Etna grondig onderzocht en in kaart gebracht. Zeer uiteenlopende wijnmakers besloten er kwaliteitswijn te gaan maken, binnen of buiten het Consorzio di Tutela dei Vini Etna DOC. Slechts 30 bedrijven die zelf hun wijn bottelen zijn lid; 30 andere niet. In totaal zijn er dus zo’n 60 bottelende producenten. De rest van de boeren teelt wel druiven, maar verkoopt die aan anderen.
Natuurlijk houdt zo'n vulkaancultuur ook risico's in, maar dat houdt de wijnbouwers niet tegen. De recente uitbarstingen vonden allemaal plaats in de hoofdkrater, op 3.400 meter hoogte, en waren van relatief korte duur. Tussen de wijngaarden en de hoofdkrater ligt bovendien een vallei die de lava opvangt. Het enige echte probleem is de asregen die de goten en rioleringen verstopt en de wegen glad maakt. Maar tegelijk leidt die as ertoe dat de bodem hier véél vruchtbaarder is. Opmerkelijk: de terroirs op de Etna zijn enorm divers. Geologen ontdekten 46 verschillende types lava op en rond de vulkaan.
De toenemende belangstelling voor Etna-wijnen heeft trouwens als neveneffect dat de prijzen van de terreinen op de vulkaan geëxplodeerd zijn. Afhankelijk van de ligging betalen wijnboeren vandaag makkelijk tussen 60.000 en 120.000 euro per hectare. 

Etna Bianco, ongrijpbaar en verrassend


Tot het eind van 19e eeuw werd er overigens gewoon ‘wijn’ gemaakt op de Etna. Een onderscheid in rood en wit werd niet gemaakt: alle druivenrassen stonden door elkaar heen in de wijngaarden, en blauwe zowel als witte druiven werden samen geoogst en geperst. Rood en wit werden er pas vanaf het midden van de 19e eeuw op verschillende tijdstippen binnen gehaald en apart gevinifieerd.

Honderdvijftig jaar geleden bestond het dus nog niet: witte wijn van de hellingen van de Etna. Op deze vulkaan op Sicilië, die nog bijna maandelijks as en vuur spuugt en daarmee de omgeving voorziet van uiterst vruchtbare bodems, groeien al eeuwen druiven. Blauwe en witte stonden er tot circa 1850 dwars door elkaar in de wijngaard,  om daarna ook samen in de pers en het vat te belanden.

De bepalingen van de Etna DOC, opgericht in 1968, zeggen onder andere dat de wijngaarden moeten liggen tussen 400 en 1000 meter boven zeeniveau, en dat de Etna Bianco uit voornamelijk carricante moet bestaan, een inheems druivenras. Een klein beetje cataratto mag worden toegevoegd, net als minimale hoeveelheden van nog wat meer rassen.

Daarnaast is er Etna Bianco Superiore. De naam zegt niets over de kwaliteit, alleen over een strenger afgebakend herkomstgebied: druiven mogen alleen van de wijngaarden van het dorp Milo komen.


De karakteristieken van de witte Etna-wijnen zijn lastig onder woorden te brengen. Ze zijn in ieder geval droog, dus zonder restsuiker, en dragen duidelijk de stempel van de vulkanische bodems. Mineraliteit is een trefwoord; je proeft in alle wijnen wat zilts, wat vuurstenigs zelfs. Daarnaast doen geur en smaak vaak eerder denken aan noten dan aan fruit. Fruit is zelden echt uitbundig aanwezig, alleen heel ingetogen, en varieert van rijpe meloen tot ingeblikte ananas en van groene appel tot zonnige citrus. Zuren, die zijn er ook, stevige zelfs. Maar altijd zo keurig verpakt dat een glas lekker verfrissend werkt, en eetlustopwekkend. Waar ik bij het proeven van deze wijnen telkens naar snak, was een portie mosselen of oesters! De witte Etna-wijnen zijn namelijk geen vrolijke niemendalletjes voor op het terras, maar wat serieuzere types die pas los komen met eten erbij. Dan leven ze helemaal op en ontplooien hun volle charme!
Witte Etna-wijnen drink je overigens best jong. Maar kijk er niet vreemd van op als een 10-jaar oude Carricante nog je glas uit dendert alsof hij de verloren tijd wil inhalen. En ik heb verhalen gehoord over nog oudere verrassingen, van wel 43 jaar … Een spannend witte-wijngebied, daar op die Siciliaanse vulkaan!

Etna Rosso, het verhaal van de Nerello Mascalese


Vandaag zijn Nerello Mascalese en Etna haast synoniemen. Het begint in de eerste plaats bij het nog maar recente, intense succes van Etna-wijnen die in de rode variant steeds voor minimaal 80% uit Nerello Mascalese bestaan. Maar er zijn nog goede redenen. Nerello Mascalese is een vigoureuze druivenvariëteit – altijd interessant voor wijnbouwers – en levert ook buiten de Etna-zone vaak uitstekende wijnen op. Deze zijn meestal jong en fruitig, in tegenstelling tot de Etna Rosso’s die een enorme complexiteit en dito verouderingspotentieel kunnen bereiken.
Ook in het zuiden van Calabria wordt Nerello Mascalese geteeld: we zijn in vogelvlucht dicht bij de Etna, maar geografisch gescheiden door de straat van Messina.

Etymologie


Nerello betekent vrij vertaald ‘kleine zwarte’. Het slaat op de grootte van de bessen en op de kleur van de wijnen die de druivensoort oplevert. In kleine dorpjes aan de voet van de Etna wordt door ouderen nog wel eens over vino nero gesproken, doelend op de lokale wijn. Mascalese is Italiaans voor ‘van Mascali’. Dit dorpje ligt aan de oostkust van Sicilië, waar de Etna tot in de zee reikt, en was eeuwenlang een belangrijk logistiek centrum van Etna-wijnen.

Druif

Nerello Mascalese is een laatrijpende druif. Dit betekent dat een flinke dosis kunde en ervaring vereist zijn om er excellente wijnen van te maken. Het rendement van de druivenplanten beheren, niet te veel of te weinig ontbladeren, het juiste moment afwachten om te oogsten. Het zijn enkele van de fijngevoelige werkzaamheden die bepalend zijn voor de kwaliteit van de wijn. Hetzelfde geldt voor het vinificatie. Zelfs bij volle rijpheid geven de tannine een groene, bittere toets aan de wijn. Daarom is doseren de juiste leidraad bij het vinifiëren van Nerello Mascalese. Een bijkomende moeilijkheid aan het telen van Nerello Mascalese is de grote verscheidenheid aan biotopen binnen de variëteit. Het geeft de wijnmakers extra mogelijkheden, maar het betekent ook een extra complexiteit.

Nerello Mascalese wordt vaak vergeleken met Pinot Noir. Beide druivensoorten hebben namelijk de bijzondere eigenschap minuscule verschillen in terroir te vertalen naar de wijn. Maar daarmee houdt de vergelijking met Pinot Noir ook wel op. Nerello Mascalese brengt wijnen voort met flagrante aroma’s van krieken, tabak, kruiden en mineralen. 

Vandaag worden er meer dan ooit wijnen gemaakt van 100% Nerello Mascalese. Voor de jongere varianten van de wijn is dit absoluut prima. Voor Etna Rosso heb ik persoonlijk een voorkeur voor de traditionele blend van Nerello Mascalese (minimaal 80%) met Nerello Cappuccio (maximaal 20%). Een Etna Rosso is hierdoor floraler, evenwichtiger en het geeft de wijn fraîcheur en mineraliteit.


 

Etna wijnen bij de Wijnerie


Dorst gekregen? Dat begrijp ik. Wij hebben sinds kort ook enkele van deze tot de verbeelding sprekende wijnen in ons gamma van de Cantina Antichi Vinai (reeds vier generaties), twee witte en een rode. Ik kan je maar één advies geven: proef ze eens, wie weet ben jij ook meteen verkocht, net als ik.


Sciare Di Est Insolia,                 Petralava Bianco,                    Petralava Rosso
IGT Terre Siciliane                           DOC Etna                                      DOC Etna
10.50 €                                             18 €                                                18 €

 


Etna Feitencheck


Oppervlakte wijnbouw  3,181ha (656ha DOC)
Jaarlijkse productie 78,500hl (12,572hl DOC)

Druif variëteiten binnen de DOC
Rood: Nerello Mascalese (2,454ha), Nerello Cappuccio (24ha)
Wit: Carricante (140ha), Catarratto (22ha), Minella, Grecanico, Insolia

DOC bepalingen
• Etna D.O.C. Bianco: Carricante (minimum 60%), Catarratto (niet meer dan 40%). Kan tot 15% andere niet-aromatische variëteiten zoals Minnella of Trebbiano
• Etna D.O.C. Bianco Superiore: Carricante (minimum 80%), Catarratto of Minnella (niet meer dan 20%). Druiven komen enkel uit Milo.
• Etna D.O.C. Rosso/Rosato: Nerello Mascalese (minimum 80%), Nerello Cappuccio/Mantellato (niet meer dan 20%). Kan tot 10% andere niet-aromatische variëteiten (ook witte)
Etna D.O.C. Spumante: Nerello Mascalese (minimum 60%) en tot 40% andere niet-aromatische Siciliaanse variëteiten








Bronvermelding:
Decanter
Jancis Robinson
Wikipedia
Winefolly
De Tijd: https://www.tijd.be/r/t/1/id/9951174

  Pieter Verhaert     01-09-2018 10:56     Reacties ( 0 )

Reacties (0)

Geen reacties gevonden.